‘Je moet je vingers etaleren’, sprak hij. Ik begreep er niets van. ‘Zo’, zei hij en hij legde beide handen op de plaat en gaf zijn vingers een rare houding, ‘zo, open… gelijk dit’. Hij stapte achteruit en wachtte tot ik dichterbij kwam en hem nadeed. ‘Ja,….’, sprak hij en hij trok aan mijn beide pinken. ‘Zo is het zeer mooi’, en hij zette een stap achteruit en verdween uit mijn zicht. Vingers etaleren dacht ik, vingers etaleren, vingers etaleren. Zo een gekke zin. Het valt in het niets bij de reden waarom ik hier ben. Ik hoorde hem op allerlei knoppen drukken en dacht bij mezelf ’straks wordt de foto genomen en zal blijken dat ik toch de aandoening heb, waarvoor ze me naar hier hadden gestuurd’. Ik zou het in niet minder dan 5 minuten, zo goed als definitief weten. Ik begon te zweten, want de gekke houding van mijn handen stond in schril contrast met de mogelijke diagnose.
‘Niet bewegen!’, riep hij. Terwijl hij slechts drie stappen van mij verwijderd was. Natuurlijk ging ik niet bewegen ! Ik hoorde een klik. Lap, het bewijs stond op de gevoelige plaat. Gedaan met twijfelen, met nadenken. Het was erop of eronder. Foto’s liegen niet.
Ik moest wachten….hij ging weg. Tien minuten later hoorde ik de deur opengaan. Ik keek op en zag hem van nee schudden. Onrustbarend, ware het niet dat zijn armen op en neer gingen alsof hij wou opstijgen en gaan vliegen. Ik noemde de naam van de aandoening en hij begon te lachen. Goed teken dacht ik. ‘Ik zie niets’, sprak hij. Het viel van mij af. Ik had (bijna) niets…
Ik mocht naar huis, en stond luttele tellen later op straat. Ik trok de plastic zak open en nam er vlug de foto’s uit. ‘Zo gek, vingers etaleren’, en begon stilletjes te fluiten, ‘deze foto is fantastisch’. Ik las zijn korte verslag en floot nog luider.





Recente reacties